Waarom mensen slechte leiders blijven verdedigen

Er is iets ongemakkelijks aan de manier waarop mensen naar macht kijken.

We zeggen dat we vrijheid belangrijk vinden. We zeggen dat niemand boven de wet staat. We zeggen dat burgers beschermd moeten worden tegen willekeur, geweld en onderdrukking. We zeggen dat rechters onafhankelijk moeten zijn, dat journalisten hun werk moeten kunnen doen en dat niemand zonder eerlijk proces gestraft mag worden.

Maar zodra het geweld wordt gepleegd door iemand die voelt als “van ons”, veranderen de woorden.

Dan heet repressie ineens “orde”.
Dan heet censuur “bescherming tegen desinformatie”.
Dan heet buitengerechtelijk doden “hard optreden tegen criminelen”.
Dan heet genocide “een complex conflict”.
Dan heet propaganda “uitleg”.
Dan heet wegkijken “nuance”.

Dat is de morele bubbel van macht: mensen herkennen onrecht vaak heel goed wanneer de dader een vijand is, maar worden opvallend traag, voorzichtig of creatief zodra de dader hoort bij hun eigen kamp.

Over Erdoğan, Duterte, Israël, hasbara en de morele bubbel van “ons kamp”

Dat kamp kan van alles zijn. Een land. Een religie. Een politieke partij. Een diaspora. Een bondgenoot. Een leider die trots geeft. Een staat die wordt gezien als “beschaving” tegenover “barbarij”. Of simpelweg een verhaal waarin wij de goeden zijn en zij de slechten.

In die bubbel ontstaat een gevaarlijke reflex: niet langer de feiten staan centraal, maar loyaliteit.

De vraag is dan niet meer: wat gebeurt hier met mensen, rechten en waarheid?
De vraag wordt: aan wiens kant sta jij?

De sterke leider als emotionele oplossing

Slechte leiders verkopen zelden zichzelf als slecht. Ze verkopen zich als noodzakelijk.

Ze zeggen dat het land bedreigd wordt. Dat de media liegen. Dat rechters politiek zijn. Dat mensenrechtenorganisaties vijanden beschermen. Dat oppositiepartijen het land verraden. Dat buitenlandse machten samenzweren. Dat alleen een sterke hand nog orde kan brengen.

Dat verhaal werkt omdat het inspeelt op echte gevoelens: angst, vernedering, woede, verlies, onzekerheid, schaamte en trots.

Voor veel mensen is politiek niet alleen een rationele afweging van beleid. Het is identiteit. Het is familiegeschiedenis. Het is de vraag of “mijn mensen” worden gerespecteerd. Het is het verlangen om niet langer uitgelachen, genegeerd of vernederd te worden.

Daarom kan een leider die instituties afbreekt toch aantrekkelijk lijken. Niet ondanks zijn hardheid, maar juist vanwege die hardheid.

Hij zegt: ik doe wat anderen niet durven.
Hij zegt: ik bescherm jullie tegen de vijand.
Hij zegt: ik praat niet netjes, ik pak aan.
Hij zegt: wie mij bekritiseert, kiest hun kant.

Vanaf dat moment wordt kritiek op de leider ervaren als kritiek op de groep. En als dat gebeurt, wordt waarheid ondergeschikt aan groepsloyaliteit.

Erdoğan: vrijheid hier, sterke leider daar

Een opvallend voorbeeld is de steun voor Recep Tayyip Erdoğan onder een deel van de Turkse diaspora in Europa.

Bij de Turkse presidentsverkiezingen van 2023 kreeg Erdoğan onder Turkse kiezers in het buitenland een hoger percentage dan in Turkije zelf. In verschillende West-Europese landen, waaronder Nederland, Duitsland, België, Oostenrijk en Frankrijk, haalde hij onder stemmers in de diaspora opvallend hoge percentages.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op. Hoe kan het dat mensen die in Nederland leven, met vrijheid van meningsuiting, onafhankelijke rechtspraak en bescherming tegen staatswillekeur, toch stemmen op een leider die in Turkije precies die instituties onder druk heeft gezet?

Het antwoord is niet dat “Turkse Nederlanders” als groep autoritair zouden zijn. Dat zou onjuist en gemakzuchtig zijn. Binnen Turkse gemeenschappen bestaan grote politieke verschillen: seculier, religieus, Koerdisch, nationalistisch, links, rechts, kritisch, apolitiek. Veel mensen verzetten zich juist fel tegen Erdoğan.

Maar de steun die er wél is, laat iets zien over politiek op afstand.

Voor sommige aanhangers is Erdoğan niet alleen een politicus. Hij is een symbool. Van Turkse trots. Van religieuze emancipatie. Van verzet tegen het Westen. Van een Turkije dat niet meer buigt. Van een leider die zegt op te komen voor mensen die zich door Europese samenlevingen soms weggezet of vernederd voelen.

Wie discriminatie, uitsluiting of neerbuigendheid ervaart, kan extra gevoelig worden voor een leider die zegt: jij hoeft je niet te schamen. Jouw land is groot. Jouw volk verdient respect. Wij laten ons niets meer vertellen.

Dat gevoel is krachtig. Maar het kan ook verblinden.

Freedom House kwalificeert Turkije in zijn rapport over 2025 als “Not Free”, met lage scores voor politieke rechten en burgerlijke vrijheden. Het land wordt al jaren bekritiseerd vanwege machtsconcentratie, druk op media, vervolging van critici en aantasting van democratische tegenmacht.

De paradox is dus niet dat mensen in Nederland niet weten wat vrijheid is. De paradox is dat vrijheid hier niet automatisch leidt tot verdediging van vrijheid daar. Zeker niet wanneer de leider daar voelt als beschermer van identiteit, religie of nationale trots.

Op afstand wordt macht symbolischer. Je ervaart minder direct de gevolgen van repressie, censuur of economische mislukking. Maar je ervaart wél de emotionele winst: trots, erkenning, groepsgevoel.

Vanuit Rotterdam, Amsterdam of Arnhem kan een sterke leider groter lijken dan hij voelt voor een journalist in Istanbul, een oppositielid in Ankara of een Koerdische activist die vervolgd wordt.

Duterte: moorden zonder proces als “orde”

Bij Rodrigo Duterte zien we hetzelfde mechanisme in een nog rauwere vorm. Duterte werd in 2016 president van de Filipijnen met de belofte dat hij drugscriminaliteit hard zou aanpakken. Zijn boodschap was simpel: criminelen hebben te lang vrij spel gehad, nette politici durven niets, ik zal doen wat nodig is.

Voor aanhangers klonk dat bevrijdend. Eindelijk iemand die niet praat, maar handelt. Eindelijk iemand die niet bang is voor criminelen. Eindelijk iemand die orde brengt.

Maar die orde werd betaald met bloed.

Human Rights Watch schrijft dat Duterte’s “war on drugs” leidde tot duizenden doden, vooral onder arme stedelijke gemeenschappen. Amnesty International concludeerde dat de wijdverspreide en systematische buitengerechtelijke executies en andere mensenrechtenschendingen in de Filipijnse drugsoorlog de drempel bereikten van misdaden tegen de menselijkheid.

Het Internationaal Strafhof vaardigde in 2025 een arrestatiebevel uit tegen Duterte. Volgens het ICC wordt hij verdacht van misdaden tegen de menselijkheid, waaronder moord en poging tot moord, in verband met de “war on drugs” tussen 2011 en 2019.

Toch bleef Duterte voor velen populair. Ook buiten de Filipijnen. Waarom? Omdat het verhaal werd omgedraaid.

Niet: de staat doodt mensen zonder proces.
Maar: eindelijk worden drugscriminelen aangepakt.

Niet: arme wijken worden geterroriseerd door politie en doodseskaders.
Maar: gewone burgers worden beschermd.

Niet: de rechtsstaat is afgeschaft voor verdachte mensen.
Maar: mensenrechtenactivisten kiezen de kant van criminelen.

Dat is de kern van autoritaire propaganda: ze laat mensen vergeten waarom rechtsbescherming bestaat.

Een rechtsstaat is niet ontworpen omdat verdachten sympathiek zijn. Een rechtsstaat bestaat juist omdat de staat anders kan bepalen wie geen rechten meer verdient. Vandaag zijn dat “drugscriminelen”. Morgen zijn het journalisten. Daarna politieke tegenstanders. Daarna minderheden. Daarna jij.

Zodra mensen accepteren dat sommige groepen zonder proces mogen worden gedood, is de rechtsstaat niet meer universeel. Dan is recht veranderd in gunst. En gunst kan worden ingetrokken.

Israël: genocide als “complexiteit”

De mechanismen van ontkenning en goedpraten zie je niet alleen bij diaspora’s of aanhangers van autoritaire leiders. Je ziet ze ook bij staten die door westerse regeringen, media en burgers worden gezien als bondgenoot.

Israël is daarvan het duidelijkste voorbeeld.

Israël pleegt genocide in Gaza. Die conclusie wordt inmiddels niet alleen getrokken door Palestijnse organisaties of activisten, maar ook door genocidewetenschappers, VN-onderzoekers en Israëlische mensenrechtenorganisaties.

De International Association of Genocide Scholars verklaarde in 2025 dat Israëls beleid en handelen in Gaza voldoen aan de juridische definitie van genocide onder het Genocideverdrag. De onafhankelijke VN-onderzoekscommissie voor de bezette Palestijnse gebieden en Israël concludeerde in september 2025 dat Israël genocide heeft gepleegd tegen Palestijnen in Gaza. Ook Israëlische organisaties zoals B’Tselem en Physicians for Human Rights Israel concludeerden dat Israël genocide pleegt in Gaza.

Daarnaast vaardigde het Internationaal Strafhof in november 2024 arrestatiebevelen uit tegen Benjamin Netanyahu en Yoav Gallant. Netanyahu wordt door het ICC onder meer verdacht van verantwoordelijkheid voor de oorlogsmisdaad van uithongering als oorlogsmethode, het opzettelijk richten van aanvallen op burgers, en misdaden tegen de menselijkheid zoals moord, vervolging en andere onmenselijke daden.

En toch blijven veel regeringen, politieke partijen als de VVD, opiniemakers en burgers doen alsof dit vooral een ingewikkelde kwestie is waarbij je vooral geen harde woorden mag gebruiken.

Natuurlijk is de geschiedenis complex. Natuurlijk waren de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023 gruwelijke misdaden. Natuurlijk heeft een staat het recht burgers te beschermen.

Maar geen enkele context geeft een staat het recht om een bevolking uit te hongeren, massaal te verdrijven, woonwijken te vernietigen, ziekenhuizen en infrastructuur aan te vallen, journalisten en hulpverleners te doden, of een hele bevolkingsgroep collectief te behandelen als vijand.

Toch begint daar de taal van het wegkijken.

Men zegt: “Het is complex.”
Men zegt: “We moeten eerst wachten op een rechterlijk eindoordeel.”
Men zegt: “Israël heeft recht op zelfverdediging.”
Men zegt: “Hamas gebruikt burgers als schild.”
Men zegt: “De cijfers komen van Hamas.”
Men zegt: “Kritiek op Israël is vaak antisemitisch.”

Sommige van die zinnen kunnen in bepaalde contexten relevant zijn. Maar samen worden ze vaak een mistgordijn. Niet om beter te begrijpen wat er gebeurt, maar om niet te hoeven erkennen wat zichtbaar is.

Het beroep op “we moeten wachten op de rechter” klinkt juridisch netjes, maar is moreel vaak een manier om verantwoordelijkheid uit te stellen. Genocidepreventie is juist bedoeld om niet pas te handelen wanneer een rechtbank jaren later een definitief oordeel formuleert. Het punt van “nooit meer” is niet: nooit meer, tenzij het juridisch ingewikkeld is. Het punt is: herkennen, stoppen, voorkomen, niet medeplichtig zijn.

Hasbara: propaganda als “uitleg”

Bij Israël speelt nog een specifiek begrip mee: hasbara.

Hasbara is een Hebreeuws woord dat meestal wordt vertaald als “uitleg” of “public diplomacy”. In de praktijk verwijst het naar Israëlische communicatie, PR en beïnvloeding gericht op het rechtvaardigen van Israëlisch beleid tegenover buitenlandse publieken. Het begrip wordt door verdedigers vaak gezien als normale publieke diplomatie, maar door critici als propaganda: een poging om de aandacht te verschuiven van wat Israël doet naar hoe Israël begrepen wil worden.

Hasbara werkt niet alleen door te zeggen: “Israël doet niets verkeerd.” Dat zou te grof zijn. Het werkt subtieler. Het verschuift de focus.

  • Van Palestijnse doden naar Israëlische intenties.
  • Van vernietigde ziekenhuizen naar Hamas.
  • Van uithongering naar logistieke problemen.
  • Van bezetting naar veiligheid.
  • Van genocide naar antisemitismebeschuldigingen.
  • Van internationaal recht naar “complexiteit”.
  • Van slachtoffers naar reputatieschade voor Israël.

Een bekend patroon is dat kritiek op Israëlische staatsmacht wordt vermengd met haat tegen Joden. Antisemitisme bestaat echt, is gevaarlijk en moet zonder twijfel bestreden worden. Maar juist daarom is het misbruik van antisemitismebeschuldigingen als schild tegen kritiek zo schadelijk. Het maakt echte Jodenhaat moeilijker te bestrijden, omdat het begrip wordt ingezet om oorlogsmisdaden, apartheid, bezetting of genocide buiten discussie te plaatsen.

Hasbara is daarmee niet alleen communicatie. Het is een moreel verdedigingssysteem. Het helpt mensen om zichzelf te blijven zien als verdedigers van beschaving, terwijl ze geweld tegen Palestijnen goedpraten, minimaliseren of ontkennen.

Daarin lijkt het op andere propaganda rond slechte leiders. Niet omdat alle situaties hetzelfde zijn, maar omdat het mechanisme herkenbaar is: de dader wordt menselijk gemaakt, de slachtoffers worden verdacht gemaakt, de feiten worden betwist, de taal wordt verzacht en de criticus wordt aangevallen.

De dubbele standaard van het Westen

Gaza is zo confronterend omdat het laat zien hoe selectief westerse mensenrechtenretoriek vaak is.

Wanneer Rusland burgerdoelen bombardeert, spreken westerse regeringen snel over oorlogsmisdaden. Wanneer Syrië burgers uithongert, heet het barbaars. Wanneer China een minderheid onderdrukt, spreken politici over mensenrechten. Wanneer Iran demonstranten neerslaat, is de verontwaardiging terecht groot.

Maar wanneer Israël genocide pleegt in Gaza, komen ineens de uitzonderingen.

  • Dan wordt het “complex”.
  • Dan moeten we “beide kanten” blijven zien.
  • Dan is wapensteun “strategisch”.
  • Dan is kritiek “gevoelig”.
  • Dan is medeplichtigheid “diplomatie”.

Dat is precies hoe morele bubbels werken. Mensenrechten blijven universeel in de mond, maar worden selectief in de praktijk.

Als de dader een vijand is, is de taal helder.
Als de dader een bondgenoot is, wordt de taal mistig.

En taal doet ertoe. Want wie genocide “conflict” noemt, maakt het draaglijker. Wie uithongering “drukmiddel” noemt, maakt het bespreekbaar. Wie collectieve bestraffing “zelfverdediging” noemt, maakt het normaal.

Waarom mensen dit blijven verdedigen

De voorbeelden Erdoğan, Duterte en Israël zijn verschillend. Turkije is geen Filipijnen. De Filipijnse drugsoorlog is geen Gaza. Een gekozen leider is niet hetzelfde als een staat die door bondgenoten wordt beschermd. Toch delen ze een aantal mechanismen.

1. Identiteit gaat boven feiten

Als een leider of staat verbonden is met iemands identiteit, voelt kritiek als aanval.

Voor Erdoğan-aanhangers kan kritiek voelen als anti-Turks, anti-islamitisch of westers neerbuigend. Voor Duterte-aanhangers kan kritiek voelen als elitair moralisme van mensen die nooit in onveilige wijken wonen. Voor Israël-verdedigers kan kritiek worden ervaren als aanval op Joodse veiligheid, westerse beschaving of het bestaansrecht van Israël.

In alle drie gevallen verschuift de discussie van feiten naar loyaliteit.

2. De vijand wordt ontmenselijkt

Autoritaire macht heeft vijanden nodig die minder rechten lijken te verdienen.

  • Bij Duterte waren dat “drugscriminelen”.
  • Bij Erdoğan zijn het vaak “terroristen”, “verraders”, “Gülenisten”, “separatisten” of “buitenlandse agenten”.
  • Bij Israël zijn het “Hamas”, “terroristen” of vaagweg “Gaza”, waardoor een hele bevolking verdacht wordt gemaakt.

Ontmenselijking hoeft niet altijd letterlijk te zeggen: deze mensen zijn geen mensen. Het is vaak subtieler. Het zegt: ze zijn gevaarlijk, ze liegen, ze zijn medeplichtig, ze hadden maar weg moeten gaan, ze verdienen geen gewoon medelijden.

Vanaf dat moment wordt geweld makkelijker.

3. Rechtsstaat wordt gezien als zwakte

Slechte leiders presenteren rechtsbescherming als hinderlijk.

  • Waarom een proces voor drugsverdachten?
  • Waarom persvrijheid voor verraders?
  • Waarom humanitaire regels als de vijand zich niet aan regels houdt?
  • Waarom rechters laten bepalen wat veiligheid vereist?

Dat klinkt daadkrachtig, maar het is precies de redenering waarmee macht zichzelf bevrijdt van controle.

Een rechtsstaat is traag omdat macht gevaarlijk is.
Een proces is omslachtig omdat fouten dodelijk kunnen zijn.
Mensenrechten zijn lastig omdat ze ook gelden wanneer wij boos zijn.

Wie dat “zwakte” noemt, begrijpt niet dat die zwakte juist de bescherming is.

4. Propaganda geeft mensen woorden om niet te hoeven weten

Veel mensen willen zichzelf niet zien als verdediger van onderdrukking, moord of genocide. Propaganda helpt daarbij.

Ze biedt formuleringen die moreel comfortabel voelen.

  • “Ik ben niet voor geweld, maar…”
  • “Ik ben niet tegen mensenrechten, alleen…”
  • “Ik ben niet voor genocide, maar Hamas…”
  • “Ik ben niet voor dictatuur, maar Erdoğan heeft Turkije sterk gemaakt.”
  • “Ik ben niet voor moorden, maar Duterte maakte de straten veiliger.”

Dat “maar” is vaak de plek waar de rechtsstaat verdwijnt.

Niet alleen “zij”: ook wij

Het zou makkelijk zijn om dit artikel te lezen als kritiek op Turkse Nederlanders, Filipijnse Nederlanders of Israël-aanhangers. Maar dat zou de belangrijkste les missen.

De verleiding van slechte leiders is universeel.

Ook in Nederland zijn er mensen die fantaseren over politici die “rechters opzijzetten”, “journalisten aanpakken”, “criminelen zonder gedoe opsluiten” of “demonstranten harder aanpakken”. Ook hier zie je hoe snel mensen rechten relatief maken wanneer het gaat om groepen die ze niet mogen.

Dat is de echte test van democratische overtuiging.

  • Niet of je vrijheid verdedigt voor jezelf.
  • Niet of je rechtspraak belangrijk vindt wanneer jouw kamp wint.
  • Niet of je mensenrechten steunt wanneer slachtoffers op jou lijken.

De test is of je rechten verdedigt voor mensen die je onsympathiek vindt. Voor verdachten. Voor politieke tegenstanders. Voor minderheden. Voor burgers aan de andere kant van een grens. Voor mensen die door jouw kamp tot vijand zijn verklaard.

Als rechten alleen gelden voor “ons”, zijn het geen rechten. Dan zijn het privileges.

De gevaarlijkste ontkenning is nette taal

De gevaarlijkste vorm van ontkenning is niet altijd de schreeuwende ontkenning. Het is vaak de nette versie.

Niet: “Er worden geen mensen gedood.”
Maar: “We kennen de context onvoldoende.”

Niet: “Genocide is goed.”
Maar: “We moeten voorzichtig zijn met dat woord.”

Niet: “Deze leider mag alles.”
Maar: “Je moet begrijpen waar zijn steun vandaan komt.”

Begrijpen is belangrijk. Maar begrijpen mag geen excuus worden.

We kunnen begrijpen waarom Erdoğan voor sommige mensen symbool staat voor trots en erkenning, zonder zijn autoritaire politiek goed te praten. We kunnen begrijpen waarom Duterte’s harde taal aantrekkelijk was in een land met criminaliteit en corruptie, zonder moord zonder proces te accepteren. We kunnen begrijpen waarom Joodse veiligheid na eeuwen antisemitisme existentieel belangrijk is, zonder genocide in Gaza te bagatelliseren.

Morele helderheid betekent niet dat de wereld simpel is. Het betekent dat complexiteit niet wordt gebruikt als rookgordijn voor misdaad.

Waarom dit onderwerp ertoe doet

Dit onderwerp gaat over meer dan politiek. Het gaat over informatie, misleiding, groepsdenken, propaganda en de manier waarop mensen hun eigen kamp blijven verdedigen wanneer feiten ongemakkelijk worden.

Het gaat over de vraag waarom mensen soms heel goed zien wat er mis is met de vijand, maar blind worden zodra hun eigen leider, bondgenoot of gemeenschap hetzelfde doet. Het gaat over mediawijsheid, maar dan niet als brave schoolles over nepnieuws. Het gaat over de moeilijkste vorm van mediawijsheid: herkennen wanneer jij zélf behoefte hebt aan een verhaal dat jouw kamp vrijpleit.

Want iedereen denkt dat propaganda iets is waar anderen intrappen.

Maar propaganda werkt juist omdat ze aansluit bij wat je al wilt geloven.

  • Dat Erdoğan sterk is.
  • Dat Duterte orde bracht.
  • Dat Israël altijd slachtoffer is.
  • Dat het Westen moreel superieur is.
  • Dat onze kant fouten maakt, maar de andere kant kwaad is.

Wie dat verhaal eenmaal gelooft, hoeft niet meer goed te kijken. Dan wordt elk feit dat niet past verdacht. Elke journalist partijdig. Elke mensenrechtenorganisatie politiek. Elke rechtbank bevooroordeeld. Elk slachtoffer mogelijk een terrorist, crimineel of pion.

En zo verandert waarheid in teamwerk.

Slechte leiders leven van goede excuses

Slechte leiders hebben niet alleen politie, legers, spindokters of propagandakanalen nodig. Ze hebben ook gewone mensen nodig die excuses blijven maken.

  • Mensen die zeggen dat het allemaal wel meevalt.
  • Mensen die zeggen dat de leider tenminste iets doet.
  • Mensen die zeggen dat de slachtoffers niet onschuldig zijn.
  • Mensen die zeggen dat kritiek overdreven is.
  • Mensen die zeggen dat je eerst de context moet begrijpen.
  • Mensen die zeggen dat het woord genocide te hard is, zelfs wanneer genocidewetenschappers, VN-onderzoekers en mensenrechtenorganisaties het wel gebruiken.

De vraag is dus niet alleen waarom sommige mensen Erdoğan, Duterte of Israël verdedigen.

De grotere vraag is waarom mensen overal ter wereld bereid zijn hun principes aan te passen zodra de dader voelt als “eigen”.

Want dat is waar slechte leiders op rekenen.

Niet dat iedereen hun misdaden toejuicht.
Alleen dat genoeg mensen blijven twijfelen, relativeren, afleiden, zwijgen of uitleggen.

En soms is dat genoeg.

  • Genoeg om rechters te ondermijnen.
  • Genoeg om journalisten monddood te maken.
  • Genoeg om mensen zonder proces te doden.
  • Genoeg om genocide “complex” te noemen.

De les is ongemakkelijk, maar noodzakelijk: mensenrechten betekenen niets als ze afhankelijk zijn van kamp, vlag, religie of bondgenootschap.

Als recht alleen geldt voor wie wij sympathiek vinden, is het geen recht.
Als waarheid alleen telt wanneer ze onze vijand veroordeelt, is het geen waarheid.
Als genocide pas genocide mag heten wanneer ons kamp het erkent, is “nooit meer” geen principe maar propaganda.

En precies daarom moeten we blijven kijken, juist wanneer wegkijken comfortabeler voelt.


Externe bronnen

  1. Freedom House — Turkey: Freedom in the World 2025
  2. Stiftung Wissenschaft und Politik — The Turkish Diaspora Landscape in Western Europe
  3. International IDEA — Where and why — and how — does the Turkish diaspora vote?
  4. Human Rights Watch — Philippines “War on Drugs”
  5. Amnesty International — The Philippines: War on Drugs
  6. International Criminal Court — Rodrigo Roa Duterte case page
  7. International Criminal Court — Benjamin Netanyahu case page
  8. International Criminal Court — Yoav Gallant case page
  9. OHCHR — Israel has committed genocide in the Gaza Strip, UN Commission finds
  10. International Association of Genocide Scholars — Resolution on the Situation in Gaza
  11. B’Tselem — B’Tselem and Physicians for Human Rights Israel: Israel is committing genocide
  12. Amnesty International — Israeli organizations conclude Israel is committing genocide against Palestinians in Gaza
  13. NPR / KASU — Historian Omer Bartov on why he believes Israel is committing genocide in Gaza
  14. Wikipedia — Hasbara

1. Prof. Amos Goldberg — Hebreeuwse Universiteit Jeruzalem, Holocaust- en genocidestudies

Goldberg was een van de eerste Israëlische academici die zich uitsprak: al op 17 april 2024 publiceerde hij een artikel in het Hebreeuws voor Israëlische lezers, getiteld “Ja, het is genocide.” Hij kreeg daar de nodige vijandige reacties op van zijn eigen samenleving. Substack

Uitgebreid interview: https://jacobin.com/2024/07/amos-goldberg-genocide-gaza-israel


2. Prof. Daniel Blatman — Hebreeuwse Universiteit Jeruzalem, Holocaust- en genocidestudies

Blatman, specialist in moderne Joodse geschiedenis en Holocaust-studies, stelt dat Israël genocide pleegt in Gaza en schreef: “Ik heb 40 jaar lang de Holocaust onderzocht. Ik had nooit in mijn ergste nachtmerries kunnen bedenken dat de Joodse staat verhongerende kinderen dood zou bombarderen.” History Matters

Academisch gesprek aan de Universiteit van Sydney: https://historymatters.sydney.edu.au/2025/07/history-genocide-and-gaza-a-conversation-with-prof-daniel-blatman/


3. Prof. Omer Bartov — Brown University (Israëlisch-Amerikaans), Holocaust- en genocidestudies

Bartov, een van ’s werelds meest prominente Holocaust-historici, schreef in juli 2025 een opiniestuk in de New York Times: “Mijn onvermijdelijke conclusie is geworden dat Israël genocide pleegt tegen het Palestijnse volk.” Hij diende zelf vier jaar in het Israëlische leger en groeide op in een zionistisch gezin — dit was voor hem een pijnlijke conclusie die hij zo lang mogelijk weerstond. Ahram Online

NPR-interview: https://www.npr.org/2025/07/17/nx-s1-5468953/historian-omer-bartov-on-why-he-believes-israel-is-committing-genocide-in-gaza

New Yorker podcast: https://www.wnycstudios.org/podcasts/tnyradiohour/articles/3209c2cec4412c773faccda8


4. Prof. Raz Segal — Stockton University (Israëlisch), Holocaust- en genocidestudies

Segal, Israëlisch historicus en hoogleraar Holocaust- en genocidestudies, noemde de aanval op Gaza al in oktober 2023 een “schoolboekvoorbeeld van genocide” en beschreef de Israëlische rechtvaardiging ervan als een “beschamend misbruik” van de lessen van de Holocaust. Democracy Now!

Zijn originele artikel in Jewish Currents (vrij toegankelijk): https://jewishcurrents.org/a-textbook-case-of-genocide

Democracy Now! interview: https://www.democracynow.org/2023/10/16/raz_segal_textbook_case_of_genocide


5. Prof. Baruch Kimmerling — Hebreeuwse Universiteit Jeruzalem, sociologie (1939–2007)

Kimmerling was hoogleraar sociologie aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. The Times omschreef hem na zijn dood als “de eerste academicus die wetenschap gebruikte om de grondleggende principes van het zionisme en de Israëlische staat te heronderzoeken.” Al in 2003 — jaren vóór de intensivering van de blokkade — omschreef hij Gaza als “het grootste concentratiekamp ooit,” in zijn boek Politicide: Ariel Sharon’s War Against the Palestinians (Verso, 2003). WikipediaGrokipedia

Boek: https://www.versobooks.com/books/politicide Verwijzing via The Intercept: https://theintercept.com/2018/05/20/norman-finkelstein-gaza-iran-israel-jerusalem-embassy/


6. Prof. Norman Finkelstein — politicoloog (Princeton PhD), zoon van Holocaust-overlevenden

Finkelstein, zoon van Joodse Holocaust-overlevenden uit Polen, ontwikkelde zich vanaf de jaren negentig tot een vooraanstaand criticus van de instrumentalisering van de Holocaust door de VS en Israël. Hij benadrukt dat de VS de genocide in Gaza mogelijk maken en dat Israël “niet kon handelen zonder Amerikaanse steun.” Hij citeerde Kimmerling’s uitspraak herhaaldelijk en voegde daaraan toe dat Gaza’s water voor 97 procent vervuild en ondrinkbaar is, en noemde Gaza “het grootste concentratiekamp ter wereld” — een conclusie die hij al lange tijd voor 7 oktober 2023 verdedigde. World Socialist Web SiteThe Intercept

Interview The Intercept: https://theintercept.com/2018/05/20/norman-finkelstein-gaza-iran-israel-jerusalem-embassy/ Interview NPR/Democracy Now: https://www.democracynow.org/2023/10/16/raz_segal_textbook_case_of_genocide