Nederlandse grootbanken zoals Rabobank, ING en ABN AMRO geven aan de afhankelijkheid van grote Amerikaanse technologiebedrijven te willen verminderen. Dat past in een bredere Europese discussie over digitale soevereiniteit, financiële stabiliteit en de vraag wie de controle heeft over cruciale digitale infrastructuur.
Waarom willen banken minder afhankelijk worden van Amerikaanse tech?
Banken maken intensief gebruik van technologie voor betalingen, data-analyse, cloudopslag en beveiliging. Een groot deel van die technologie komt van Amerikaanse bedrijven. Bestuurders en toezichthouders waarschuwen dat deze concentratie risico’s met zich meebrengt: als veel instellingen afhankelijk zijn van dezelfde leveranciers, kan een storing, cyberincident of geopolitiek conflict grote gevolgen hebben.
Daarnaast speelt controle over data een rol. Transactiegegevens, klantinformatie en operationele processen zijn van strategisch belang voor de financiële sector. Hoe verder deze infrastructuur buiten Europa ligt, hoe lastiger het wordt om volledig grip te houden op toezicht, wetgeving en continuïteit.
De betaalwereld: Amerikaanse dominantie
In het dagelijkse betalingsverkeer zijn Amerikaanse partijen al jarenlang dominant. Kaartbetalingen in Europa lopen grotendeels via Visa en Mastercard. Deze bedrijven vormen de wereldwijde ruggengraat van het creditcard- en debitcardverkeer en bepalen in hoge mate de technische en commerciële spelregels.
Daarbovenop zijn digitale betaalplatforms als PayPal, Apple Pay en Google Pay populair geworden, vooral voor online en mobiel betalen. Deze diensten fungeren als extra laag bovenop bestaande betaalnetwerken en banken, maar versterken tegelijk de afhankelijkheid van een klein aantal grote technologiebedrijven.
Achtergrond: wie zijn deze betaalreuzen?
Visa en Mastercard zijn ontstaan als kaartnetwerken in de Verenigde Staten en groeiden uit tot wereldwijde infrastructuurbedrijven. Ze verwerken miljarden transacties per jaar en zijn actief in vrijwel elk land. Hun macht zit niet alleen in technologie, maar ook in schaalgrootte, standaarden en internationale acceptatie.
PayPal begon als online betaaldienst voor e-commerce en groeide uit tot een wereldwijd platform voor consumenten en bedrijven. Apple Pay en Google Pay zijn later toegetreden en bouwen voort op de ecosystemen van smartphones, besturingssystemen en appstores. Daarmee combineren zij betalen met hardware, software en data.
En China dan?
Buiten de VS zijn Chinese betaalplatforms zoals Alipay en WeChat Pay extreem groot. In China zijn deze diensten diep geïntegreerd in het dagelijks leven: van winkels en openbaar vervoer tot online diensten en sociale media. Ze maken deel uit van bredere tech-ecosystemen rond Alibaba en Tencent.
Voor Europa vormen deze Chinese systemen geen direct alternatief. De schaal en integratie laten wel zien hoe belangrijk betaalinfrastructuur is als strategisch onderdeel van een digitale economie, en hoe afhankelijkheid snel kan ontstaan.
Europese tegenreactie: eigen betaalinfrastructuur
Om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse partijen werken Europese banken samen aan nieuwe initiatieven. Een belangrijk voorbeeld is hetn het European Payments Initiative (EPI), waarin grote banken uit meerdere EU-landen samenwerken. Binnen dit initiatief wordt gewerkt aan een Europese betaaldienst onder de naam Wero.
Wero is bedoeld als opvolger of aanvulling op nationale systemen zoals iDEAL en moet directe bankbetalingen combineren met een gebruiksvriendelijke digitale portemonnee. Het doel is om Europese betaalrails te creëren die niet leunen op Amerikaanse kaartnetwerken of platformbedrijven.
De digitale euro als fundament
Naast initiatieven van banken werkt de Europese Centrale Bank aan de digitale euro. Dit is een digitale vorm van centraal bankgeld die burgers en bedrijven direct kunnen gebruiken voor betalingen. De digitale euro moet een publiek alternatief vormen naast commerciële betaaloplossingen en zo bijdragen aan Europese autonomie.
Wat leren eerdere ervaringen?
Internationale voorbeelden laten zien hoe kwetsbaar afhankelijkheid kan zijn. In geopolitieke conflicten zijn betaalnetwerken soms afgesloten of beperkt, met directe gevolgen voor burgers en bedrijven. Zulke situaties maken duidelijk waarom landen en regio’s hun eigen betaalinfrastructuur als strategisch beschouwen.
Wat betekent dit voor consumenten?
Op korte termijn verandert er weinig. Visa, Mastercard, PayPal, Apple Pay en Google Pay blijven voorlopig de meest gebruikte betaalmiddelen. Op de langere termijn kan de opkomst van Europese alternatieven leiden tot meer keuze, minder afhankelijkheid en mogelijk lagere kosten.
Voor banken en beleidsmakers draait het daarbij niet alleen om techniek, maar ook om zeggenschap. Wie controle heeft over betalen, heeft invloed op een essentieel onderdeel van de economie.