Europa en Nederland in de greep van Amerikaanse tech: Frankrijk kiest soevereiniteit, Rekenkamer waarschuwt

De afhankelijkheid van Europese landen van Amerikaanse technologie staat steeds nadrukkelijker ter discussie. Waar Frankrijk bewust kiest voor meer digitale soevereiniteit, laat Nederland een tegenovergesteld beeld zien. Recente berichten, politieke zorgen rond DigiD en een kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer laten zien hoe diep Nederland inmiddels verweven is met Amerikaanse cloud- en techbedrijven.

Frankrijk zet in op eigen digitale infrastructuur

De Franse overheid kondigde onlangs aan dat zij uiterlijk in 2027 stopt met het gebruik van Amerikaanse videodiensten zoals Microsoft Teams en Zoom binnen de overheid. In plaats daarvan wordt gekozen voor Visio, een videoconferentieplatform dat door de Franse staat zelf is ontwikkeld.

De reden is duidelijk: Frankrijk wil minder afhankelijk zijn van buitenlandse technologie en meer grip krijgen op data, beveiliging en continuïteit van overheidsdiensten. Digitale infrastructuur wordt gezien als een strategisch onderdeel van de nationale veiligheid, vergelijkbaar met energie of defensie.

Nederland hangt aan het Amerikaanse tech-infuus

In Nederland is de situatie fundamenteel anders. Uit onderzoek van de NOS blijkt dat ongeveer twee derde van de Nederlandse overheids-, zorg- en onderwijsinstellingen afhankelijk is van Amerikaanse clouddiensten. Microsoft speelt daarin een dominante rol, met diensten die diep zijn verweven in e-mail, documentbeheer, communicatie en infrastructuur.

Experts spreken van een “Amerikaans tech-infuus”: een structurele afhankelijkheid waarbij overstappen nauwelijks nog mogelijk is zonder grote risico’s, hoge kosten of verstoring van dienstverlening.

Rekenkamer: cloudgebruik Rijk is zorgelijk

Die zorgen werden al begin januari 2025 scherp onderbouwd door de Algemene Rekenkamer in het rapport Het Rijk in de cloud – Donkere wolken pakken samen.

De conclusie is stevig: het cloudgebruik door de rijksoverheid is zorgelijk. De Rekenkamer stelt vast dat het Rijk onvoldoende zicht heeft op het eigen cloudgebruik, dat strategische risicoafwegingen vaak ontbreken voordat clouddiensten worden ingezet en dat digitale soevereiniteit, continuïteit en gegevensbescherming onvoldoende zijn geborgd.

Van de ruim 1.500 clouddiensten die binnen het Rijk worden gebruikt, is bij ongeveer een kwart niet eens bekend of het om public cloud gaat. Van de 700 public-cloud-diensten zijn er 126 aangemerkt als materieel, maar bij 67 procent daarvan is vooraf geen risicoafweging gemaakt.

Daarnaast blijkt dat meer dan de helft van de belangrijke public-cloud-diensten wordt afgenomen bij drie Amerikaanse bedrijven: Microsoft, Amazon en Google. Dit leidt volgens de Rekenkamer tot een ongelijke machtsverhouding en een groot risico op langdurige afhankelijkheid, ook wel vendor lock-in genoemd.

DigiD en Amerikaanse invloed: zorgen nemen toe

De discussie wordt extra scherp door de zorgen rond DigiD, het digitale identificatiesysteem van miljoenen Nederlanders. Het Nederlandse IT-bedrijf Solvinity, betrokken bij het technisch beheer van DigiD, wordt mogelijk overgenomen door het Amerikaanse Kyndryl.

Hoewel wordt benadrukt dat DigiD in Nederland blijft draaien, waarschuwen Kamerleden en experts dat Amerikaanse wetgeving, zoals de Cloud Act, in theorie toegang tot data kan afdwingen, ook als die data fysiek in Europa is opgeslagen. Dit raakt direct aan de vragen die de Rekenkamer stelt over soevereiniteit en controle.

Twee richtingen in Europa

Het contrast met Frankrijk is opvallend. Waar Frankrijk bewust investeert in eigen alternatieven en strategische autonomie, concludeert de Rekenkamer dat Nederland ondoordacht en versnipperd in de cloud is gestapt.

De Rekenkamer adviseert daarom onder meer om clouddiensten gezamenlijk en centraal in te kopen, structurele risicoafwegingen te maken en actief Europese alternatieven te verkennen, inclusief duidelijke exitstrategieën.

Discussie

De discussie over cloudgebruik, DigiD en Amerikaanse tech gaat niet alleen over IT, maar over macht, controle en democratische verantwoordelijkheid. Frankrijk laat zien dat een andere koers mogelijk is. Nederland weet al sinds januari 2025 dat het huidige pad risico’s kent. De vraag is nu of daar ook daadwerkelijk consequenties aan worden verbonden.

Bronnen